
Habitat PlatformNassaulaan 12
Postbus 30435
2500 GK Den Haag
T. 070-3738772
F. 070-3738311
E.
Samenwerking Nederland en Zuid-Afrika
- Organisaties die samenwerken
- Aanleiding
- Concrete activiteiten
- Expertise
- Boodschap MoU2
- MoU geëvalueerd
- Nederlandse inbreng
- Vervolg
- Meer informatie?
- MoU
1. Alles over het Memorandum of Understanding (MoU)
Tussen de twee ministeries voor huisvesting in Zuid-Afrika en in Nederland bestaat een officiële overeenkomst: het Memorandum of Understanding (MoU). Het is een afspraak om kennis over volkshuisvesting uit te wisselen en over te dragen.
Organisaties die samenwerken
Centraal in het MoU staat om het beleid te ondersteunen bij de opbouw van het volkshuisvestingsbeleid. Bijvoorbeeld met scholingen en trainingen in Zuid-Afrika en Nederland. Daarvoor werken organisaties in Zuid-Afrika en in Nederland samen:
• VROM met het Department of Housing
• VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) met de SALGA (South African Local Government Association)
• Aedes (vereniging van woningbouwcorporaties) (met de Social Housing Foundation (SHF - koepel van woningcorporaties). SHF is geen ledenorganisatie, zoals Aedes, maar verbonden aan de overheid).
• Aedes met de National Association of Social Housing Organisations (NASHO), de ledenorganisatie van woningbouwcorporaties.
Aanleiding
Het Memorandum of Understanding (MoU 2), is in 2004 getekend. Het is de opvolger van het MoU 1, dat vanaf 1997 liep. Het MoU 2 is concreter dan MoU 1. In de bijlagen van het MoU staan de bijdragen die de organisaties zullen leveren (zie: pdf-bestand).
Aanleiding zijn de matige resultaten van de Nederlandse initiatieven om bouwprojecten in Zuid-Afrika op te zetten. Initiatieven die bovendien versnipperd zijn.
Gemeenten, corporaties en particulieren in Nederland worden vaak gedreven door een warm hart. Maar ze hebben nogal eens te weinig kennis van de Zuid-Afrikaanse situatie. Of te weinig realiteitszin. Of te weinig geduld.
Bovendien loopt de exploitatie van de woningen slecht. Het gedrag van Zuid-Afrikaanse huurders vraagt om een andere aanpak dan in Nederland.
Sociale woningbouw is in ieder land een vak apart. Alle reden om kennis over de plaatselijke werkcultuur te verspreiden.
Concrete activiteiten
Kennisoverdracht vanuit Nederland vindt plaats bij:
- het ontwikkelen van een sociaal volkshuisvestingsbeleid in Zuid-Afrika. Sinds september 2004 is er het nieuwe
beleidsdocument 'Social Housing Policy’.
- het uitwerken van deelonderwerpen en het leveren van expertise.
- het opstellen van een woningwet voor de sociale huursector.
- de capaciteitsopbouw van gemeenten en woningbouwcorporaties.
Expertise
Nederland levert twee technical assistants aan Zuid-Afrika, die de Social Housing Foundation (SHF) ondersteunen. Een van hen is een ex-medewerker van Aedes. Ook de SALGA en het Department of Housing ontvangen Nederlandse hulp bij hun capaciteitsopbouw.
Omgekeerd, zijn deze twee technical assistants voor Nederlandse partijen een aanspreekpunt. Zodat activiteiten op elkaar afgestemd kunnen worden.
Vanaf 2004 wordt met hulp van Nederlandse expertise gewerkt aan het opstellen van richtlijnen voor woningcorporaties. Hoe werkt een toetsingsorgaan voor woningcorporaties? Waar moet een woningbouwcorporatie aan voldoen wil zij toegelaten worden door de overheid? En in aanmerking komen voor subsidie? Hoe heeft zij de financiële continuïteit gewaarborgd? En het onderhoud? Kan de gemeente haar woningbezit overdragen?
Boodschap MoU2
Het MoU beoogt het stroomlijnen van de vele initiatieven.
Wie iets op het gebied van (sociale) woningbouw in Zuid-Afrika wil ondernemen, moet rekening houden met het MoU. Want binnen dat beleidskader moet hij (samen)werken.
MoU geëvalueerd
In februari 2005 is de MoU2 geëvalueerd. Arie Diephout is een van de technisch adviseurs die door Nederland is geleverd om bij te dragen aan de Social Housing Policy.
Diephout: ‘De eerste MoU, die tot 2003 liep, werd gedragen door Nederland. In Zuid-Afrika waren er nauwelijks organisaties die er belangstelling voor hadden. Maar de tweede MoU laat een grote wending zien. Er is een nieuwe plaatsvervangend directeur generaal van het National Department of Housing. Hij heeft een duidelijk visie. Daardoor is er in Zuid-Afrika veel betrokkenheid ontstaan bij de MoU. Organisaties willen elkaar informeren en activiteiten coördineren. Bovendien is er een oversight committee, dat goed werkt.’
Zo’n oversight committee ontbreekt helaas nog aan Nederlandse zijde.
Diephout: ‘De MoU partners - VROM, Aedes en VNG - hebben ieder op zich aardige samenwerkingsverbanden. Zoals SALGA met VNG International. Maar de coördinatie tussen de verschillende activiteiten ontbreekt, zo blijkt uit de evaluatie.
In Nederland moet er nu zo snel mogelijk een oversight committee komen. Met terms of reference. Met actieplannen en een masterplan.’
Nederlandse inbreng
Diephout heeft in Zuid-Afrika ondersteuning gegeven bij het ontwikkelen van de 'Social Housing Policy'. ‘Dat beleidsdocument is nu klaar, het moet alleen nog bekrachtigd worden.’ Het formele proces is gekoppeld aan de eveneens ontwikkelde Social Housing Bill. Diephout verwacht dat beiden in de zomer van 2005 goedgekeurd worden.
Hij kijkt tevreden terug op de inhoud van de 'Social Housing Policy'. Beleidsmakers in Zuid-Afrika hadden oren naar een aantal echt Nederlandse elementen. Diephout: ‘Zo komen er prestatieafspraken tussen gemeenten en woningbouwcorporaties. Net als in Nederland. Doel is dat de gemeenten en de lokale corporaties aangezet worden tot een prestatie waar ze op afgerekend kunnen worden. Tot nu toe waren prestaties vrijblijvend.’
Niet langer heeft de provincie een pot met subsidiegeld, dat uitgedeeld wordt aan degenen die er het eerste bij zijn. Diephout: ‘Er komt een apart fonds voor corporaties, beheerd door de provincie, met een planningsysteem. Daarin staat hoeveel procent van het geld voor de bouw van RDP-woningen is en hoeveel procent voor huurwoningen.’
Ook het hardnekkige probleem dat er geen subsidie was voor de organisatieontwikkeling van corporaties is aangepakt. Daarvoor is een nieuw financieel model ontwikkeld, waarbij een deel van het subsidiebedrag bestemd is voor organisatieversterking van de corporaties.
Diephout: ‘Corporaties zullen heel veel tijd moeten investeren om mensen tot huur betalen aan te zetten. Nu zijn ze te veel op zichzelf gericht en hebben onvoldoende visie. Vandaar het zeer geringe aantal succesvolle corporaties en de exploitatieverliezen.’
Vervolg
Nu het nieuwe beleidsdocument klaar is, volgt de uitwerking van zeven richtlijnen.
Bij drie daarvan wordt Nederlandse expertise ingewonnen:
- prestatieafspraken: de rol en verantwoordelijkheid van gemeenten en corporaties
- financieel management
- overdracht gemeentelijk woningbouwbestand aan corporaties.
Zuid-Afrika wil zelf een flinke vinger in de pap hebben bij de selectie van de consultants.
‘Wij geven de nodige expertise aan,’ zegt Diephout. ‘Daarna benadert VROM consultant bedrijven, waarvan wij zelf de geschikte mensen selecteren.’
Meer informatie?
Wilt u meer informatie? Bel of mail naar het Habitat Platform Zuid-Afrika, Patricia Nieuwenhuizen, beleidsadviseur en secretaris HPZA, patricia.nieuwenhuizen@habitat.platform.nl , Nassaulaan 12, Postbus 30435, 2500 GK Den Haag, tel 070-3738711
MoU
In de bijlagen van het MoU staan de bijdragen die de organisaties zullen leveren (zie pdf bestand).
Bijlagen
renewed mou housing nl sa.pdf
